Wilde Eend met jongen
Wilde Eend met jongen
foto: Anneke Klein
 

 

Voorjaarsfenologie regio Groot-Amsterdam
 

Ieder jaar wordt in De Gierzwaluw een overzicht gepubliceerd over de voorjaarsfenologie van dat jaar. Het hier te downloaden overzicht vermeldt van 43 zomervogels de eerste en tweede vroegste waarneming in de regio Groot-Amsterdam over de jaren heen.

 

De tabel vermeldt tevens de gemiddeld vroegste waarnemingsdatum (gvd) in het werkgebied van de VWGA. Op basis van de daarbij behorende standaardafwijking kan voor de meeste soorten een zgn. bandbreedte worden vastgesteld bestaande uit gemiddelde +/– standaardafwijking.

Met het introduceren van de bandbreedte kan deze als maatstaf dienen bij de vraag in hoeverre de jaarlijkse eerste aankomstdata daar in passen. In zoverre vormt het een aanvulling op de eerder gepubliceerde eerste en tweede vroegste regiodata.

De berekende gemiddelden stoelen op een reeks van jaren uit de periode 1960 tot heden. Dit geldt voor alle soorten behalve Bontbekplevier, Groenpootruiter en Blauwborst; van deze soorten is de periode, waarover gegevens beschikbaar zijn, korter. Van Purperreiger, Kemphaan, Grote Karekiet en Buidelmees zijn onvoldoende gegevens aanwezig om überhaupt een bandbreedte te bepalen.

 

Door de jaarlijkse toevoeging van een nieuwe vroegste datum aan een reeks data kunnen de gemiddelde vroegste datum (gvd) en de standaardafwijking een wijziging ondergaan. Doorgaans geldt dat met de toename van het aantal jaren waarop de gegevens stoelen, de fluctuaties van het gemiddelde afvlakken.

 

Teneinde het effect van mogelijke overwinteraars op de uitkomsten van de berekening van de gemiddelde vroegste datum en standaardafwijking zoveel mogelijk te beperken, zijn februariwaarnemingen van Tjiftjaf en Zwarte Roodstaart en maartwaarnemingen van Zwartkop alleen in de berekening meegewogen, indien er sprake was van zang.
 

 

 

 

 

 

 

 

Bijgewerkt 23 november 2011