![]() |
|||||||||||
|
Vogel van de maand: de Bonte
Kraai Traditioneel kondigden Bonte Kraaien eertijds de komst van de herfst en de winter aan, maar het spreekwoord luidde ook: “Eén Bonte Kraai maakt nog geen winter.” Inmiddels is het echter de vraag of deze soort nog wel jaarlijks in onze regio wordt gezien als doortrekker of wintergast. Plotseling is hij een rariteit geworden.
In de eerste helft van de vorige eeuw waren Bonte Kraaien een normale verschijning in en om Amsterdam. Zo kon men ze aantreffen op het Museumplein, als daar het terrein van de Amsterdamse IJsclub onder water werd gezet (november 1911) of in het Vondelpark, waar zij “bij groote zwermen” rondfladderden op zoek naar voedsel (zie tekening). De Bonte Kraaien foerageerden daar op de grond, hetgeen de ornitholoog Snouckaert van Schauburg een opmerkelijke gewenning aan de vogel-voerende stadsmens vond (Snouckaert van Schauburg 1915). Volgens Thijsse verschenen de Bonte Kraaien op mooie oktoberdagen met oostenwind. “Met november is de groote trek voorbij en dan hebben we onze winterbevolking van bonte kraaien gekregen. Een groot aantal heeft zich gevestigd in de stad; we zien ze langs alle grachten en bij flinke hoeveelheden in Artis en in de parken en plantsoenen. Als echte alles-eters vinden ze in de stad overvloed van voedsel en menig wandelaar gaat ook naar de parken met zijn zakken vol brood, om vriendschap te sluiten met deze levenslustige dieren.” (Thijsse 1920). In het Vondelpark waren er normaliter enige tientallen, maar op 3 maart 1933 (het begin van de terugtrek) werden daar zo’n 200 Bonte Kraaien geteld (Vogels van Amsterdam 1937). Johan Sluiters beschreef in De Levende Natuur hun slaaptrek vanuit Waterland naar Muiderberg en Valkeveen. De Bonte Kraaien van het westelijk deel van de stad sliepen in de duinbosjes van de Amsterdamse Waterleidingduinen (Sluiters 1939). Dus als echte ‘Zeekraaien’ kozen ze hun slaapplaatsen aan de Noordzee of langs de Zuiderzee.
In het midden van de vorige eeuw merkten vogelaars dat de Bonte Kraai geleidelijk minder algemeen werd in Amsterdam. Terwijl ze nog talrijk waren aan de Diemerzeedijk (najaar 1947), werden ze in het Vondelpark zeer zelden meer waargenomen. Ook verder in de stad waren ze veel minder algemeen dan voorheen (Brander 1951). De verklaring werd later gevonden in veranderingen in het overwinteringsgebied van Bonte Kraaien, die meer en meer in Zuid-Scandinavië bleven overwinteren (Meininger & Slob 1983). In de tweede helft van de vorige eeuw werd de soort nog onregelmatig en niet meer jaarlijks vermeld in regionale waarnemingrubrieken in het Mededelingenblad KNNV VWGA en in De Gierzwaluw (nog te gewoon of al te schaars?). In het Amsterdamse Bos verdween de soort als wintergast (Frieswijk 1968). Over de Vijfhoek trokken in zes najaren 1984-1989 totaal maar 25 Bonte Kraaien, waaronder 8 ex. op 16 november 1985 (database VOD). Tot in de jaren negentig overwinterde nog een kleine groep rond Holysloot en de Poppendammergouw (maximaal hier 14 ex. op 29 dec. 1995 en 13 ex. op 8 februari 1998). Afzonderlijke vogels werden nog gezien in de beide trekperiodes, maar begin 21e eeuw is uiteindelijk het doek gevallen voor de soort als regionale wintergast: de laatste januari-waarnemingen dateren van 2001 in Waterland en de Inlaagpolder. De laatste waarneming in de stad zelf is die van een vogel op het gazon langs de Hugo de Vrieslaan in de Watergraafsmeer, 21 oktober 2001 (Gzw. 40, 1: 29). De meest recente waarnemingen zijn die van 1 ex. in Amstelveen en op Schiphol, oktober/november 2008 (foto Marco Meeuwisse, Gzw. 46: 33). Dus al twee jaar leven we nu in een Bonte Kraai-loos tijdperk.
Ruud Vlek, oktober 2010. |
|||||||||||
Literatuur
Anonymi (= R.J. Benthem & J.E. Sluiters) 1937. Vogels van Amsterdam. Uitgave Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging Afd. Amsterdam. Brander, P.W. 1951. Waarnemingen in en om Amsterdam. Mededeelingen van het Centraal Instituut voor Floristisch en Faunistisch onderzoek van Groot-Amsterdam nr. 8, juli 1951 p. 8. Courant Het Nieuws van de Dag, 7 november 1911. van Duin, G. (ongepubliceerd). Database Vogeloverleg Diemen (VOD) van trektellingen op de Vijfhoek te Diemen. Frieswijk, J.J. 1968. De vogelwereld van het Amsterdamse Bos. Wetenschappelijke mededeling KNNV nr. 74. KNNV en Gemeentelijke Commissie Heemkennis, Amsterdam. Meininger, P. L. & G.J. Slob 1983. Voorkomen van de Bonte Kraai Corvus corone cornix in het Deltagebied 1973-82. Limosa 56 (4): 243-247. Meursinge, N. 1851. Verhandeling over de Bonte Kraai (Corvus Cornix) uit het oogpunt van natuurlijke historie en ontleedkunde. Oomkens, Groningen. Sluiters, J.E. 1939. Van slapen en slaapvlucht bij verschillende vogelsoorten. De Levende Natuur 44 (5): 136-142. Snouckaert van Schauburg, R.C.E.G.J. 1915. Varia. Jaarbericht Club Nederlandsche Vogelkundigen 5: 139. Thijsse, J.P. 1920. De Bonte Kraai. Het Jonge Leven 9 (1): 5-6, januari 1920. Zijlmans N. (ongepubl.). Dagboekaantekeningen m.b.t. Bonte Kraai in de regio Amsterdam 1995-2010. Archief VWGA.
Dankwoord Dit overzicht kwam tot stand met hulp van Jip Binsbergen, Guus van Duin, Pieter Kuiper (UBA Bijzondere Collecties), Kees Roselaar (ZMA), Piet de Vries en Nirk Zijlmans, waarvoor dank.
|
|||||||||||
Bijgewerkt 22 oktober 2010